1. Waar ben ik? (pwd & ls)
Als je een terminal opent, start je meestal in je "home directory". Maar waar is dat precies? Om dat te weten gebruik je het commando pwd (Print Working Directory).
Daarna wil je natuurlijk weten wat er in die map staat. Daarvoor gebruik je ls (List).
2. Verplaatsen (cd)
Om naar een andere map te navigeren, gebruik je cd (Change Directory). Wil je bijvoorbeeld naar de map `/etc/`? Dan typ je cd /etc.
3. Bestanden lezen (cat)
De term "cat" staat voor concatenate, maar wordt door 99% van de hackers gebruikt om gewoon razendsnel de inhoud van een bestand naar de terminal te printen. Wil je `geheim.txt` lezen? Typ dan cat geheim.txt.
β
Goed gedaan! Je hebt de basis van Linux navigatie zojuist geoefend. Je mag deze module nu markeren als voltooid!